maart 2007 - Otto
Als je CF hebt, zijn tegenvallers er van het begin af aan bij. Onvervulde dromen, plotse wendingen in je agenda. Dat begon bij mij al vroeg hoor. Als er een schoolreisje was, kon ik plotseling niet mee, omdat ik ziek werd. Soms bleef zelfs het hele gezin thuis van vakantie, omdat ik opgeborgen werd in het ziekenhuis.
Het helderst voor de geest staat mijn absentie op de dag der dagen: we zouden met de hele klas gaan langlaufen. Niet eerder stond ik op de lange latten en ik reet bijkans uiteen van de voorpret. Op de ochtend zelf klom ik uit bed en gierde de stoom uit mijn oren door hoge koorts. Ik kon het skifeest gevoeglijk in mijn achterste stoppen. Schrale troost achteraf was dat het langlaufen in een deceptie was geëindigd, omdat het uitje wegens dooi meer uit klunen dan uit langlaufen had bestaan. Mijn zelfmedelijden bleef niettemin wekenlang onbeschrijflijk van omvang.
Ook toen ik ouder werd, waren de agendawijzigingen niet van de lucht. Tijdens mijn puberjaren hád ik niet eens een agenda. Er was domweg niet tegen CF in te plannen. Ik lag acht keer per jaar wekenlang in het ziekenhuis en mijn programma was gereduceerd tot het ondergaan van behandelingen en wachten op mijn behandelaars. Top of the bill was mijn wachttijd voor de transplantatie drie jaar geleden. Geen enkele periode in mijn bestaan was onzekerder dan deze. Ik zat in een permanente wachtkamer zonder te weten wat er te gebeuren stond.
Ik ontwikkelde meerdere ‘tips en trucs’ om met al dit leed om te kunnen gaan. Zo werkt het goed om maar gewoon met vandaag bezig te zijn in plaats van met het mogelijk vreugdevolle dat volgende week dreigt plaats te grijpen. Ik verheug me doorgaans pas op dingen die komen gaan op het moment dat zij feitelijk al begonnen zijn. Dit tot verdriet van mijn immer dolenthousiast naar de toekomst turende vrouw. Zij verheugt zich van nature standaard op alles dat komen gaat en ook maar enigszins positief zou kunnen verlopen.
Zelfs een bezoek aan de tandarts is voor haar een ongeëvenaard festijn als zij geen klachten heeft. Ik bedoel maar. Laat staan als wij een vakantie hebben geboekt voor over een half jaar. Kata stopt direct na de reservering terstond met haar normale zelf en fladdert door het leven als een blij, onbezorgd vlindertje, babbelend en keuvelend over al het prachtigs dat ons zal overkomen. Haar man, ik dus, volstaat op die momenten met de calculerende opmerking dat er inderdaad iets potentieel vrolijks aan zit te komen, maar dat voordien evenzeer de hemel op ons neer zou kunnen vallen.
Met al mijn uitontwikkelde methodieken om om te gaan met mogelijke tegenvallers dacht ik langzamerhand de ideale levenshouding te hebben gevonden. Mijn stoïcijnse kijk op de toekomst en mijn voorbehoud op alles dat komen gaat, leken een garantie om teleurstellingen te voorkomen. Dat ik desondanks nog eens keihard op mijn bek zou gaan, had ik niet verwacht.
Kata werd zwanger en haar bestaan was vanaf dag één na de conceptie een zinderend feest. Nadat ik daar lange tijd tegenaan had gekeken op de hierboven geschetste conservatieve wijze kwam ik uiteindelijk toch op de slachtbank van haar permanente vrolijkheid terecht. Ik ging voor de bijl en liet mijn voorbehoud varen. Vanaf dat moment vierden wij samen met onze familie en vrienden het feest van zwanger zijn, compleet met Blije Dozen, een niet aflatende stroom van tweedehands babykleertjes en de aanschaf van talrijke zinvolle en zinloze attributen. Er leek geen einde aan te komen totdat op 24 november totaal onverwacht het mij zo vertrouwde noodlot toesloeg.
In de vroege morgen kreeg Kata plotseling weeën en binnen enkele uren werd ons zoontje Otto geboren na ruim 23 weken zwangerschap. Het ventje leefde vier minuten in onze armen. Hij was perfect en zijn lichaampje was prachtig. Het kereltje had het bovenlipje en kuiltje in zijn kin van papa. Geen mensje wensten we meer op aarde dan dit mannetje en zo snel afscheid moeten nemen was een onbeschrijflijk drama. Voor het eerst in lange tijd was ik ouderwets ziedend op de voorzienigheid. Diep in mijzelf vloekte en tierde ik onophoudelijk. Kata’s verdriet kerfde in mijn ziel. Al onze dromen en plannen voor 2007 konden keihard over de schutting. ’s Avonds had ik zin om mijn agenda voor het nieuwe jaar de container in te mieteren. Na jaren had ik juist eens een Succes-agenda gekocht.
Arian Visser
Reacties op JariAN kunt u sturen naar: JariAN@ncfs.nl


