Het mysterie van Chopin

  • Frederic_Chopin_255x190.jpg

Frédéric Chopin (1810-1849) kennen we als een magnifieke componist. De composities van dit 19e eeuwse ‘wonderkind’ klinken met grote regelmaat in concertzalen. 

Chopin stierf toen hij slechts 39 jaar was. De ziekte waaraan hij leed wordt aangeduid als tuberculose (TBC), één van de meest voorkomende ziekten van die tijd. Deze diagnose wordt echter door sommigen in twijfel getrokken. Wetenschappers houden
het voor mogelijk dat de componist in werkelijkheid Cystic Fibrosis (CF) had, een ziekte waar men in de 19e eeuw nog
niet bekend mee was. Welke punten onderstrepen het vermoeden dat Chopin CF had?  

1. Een zus van Chopin, Emilie, overleed op 14-jarige leeftijd aan een longaandoening die voor TBC werd aangezien. Wat ook zou kunnen, is dat zij is overleden aan de erfelijke ziekte CF, waarbij de levensverwachting beperkt is.  

2. CF is, in tegenstelling tot TBC, een ziekte waarmee je geboren wordt. Toen Chopin nog een kind was baarde zijn gezondheid zijn ouders al veel zorgen. 

3. Bij mensen met CF functioneert de alvleesklier minder goed dan bij gezonde mensen. Chopin had last van terugkerende buikklachten en hij was gedurende zijn leven erg mager.

4. Chopin kampte met een chronische hoest, waarbij ook sprake was van bloedspugen. Daarnaast was Chopin erg vatbaar voor luchtweginfecties.

5. De musicus had een geringe inspanningstolerantie. Mensen met CF hebben slijm in hun luchtwegen, hierdoor kost het meer energie om lucht in de longen te krijgen. Daarnaast hebben veel mensen met CF last van vermoeidheid.

6. Chopin is – ondanks zijn relaties – geen vader geworden. Mannen met CF kunnen vrijwel nooit op een natuurlijke wijze kinderen verwekken.  

7. Een brief toont aan dat Chopin zelf twijfelde aan de diagnose TBC. Een boezemvriend schreef de dag na Chopins overlijden: “Chopin had een sectie geëist, in de overtuiging dat zijn artsen niet de juiste diagnose hadden gesteld. Het staat vast dat hij niet aan de ziekte heeft geleden waarvan men hem verdacht”.

8. De arts die de obductie heeft uitgevoerd is Jean Cruveilhier, zijn aantekeningen zijn niet bewaard gebleven. Echter, rapporten suggereren dat hij verwees naar een andere aandoening dan TBC: “A disease not previously encountered".

Kortom, verschillende aspecten lijken erop te wijzen dat Chopin CF had. 

Het stoffelijk overschot van de componist is begraven in Parijs. Zijn zus heeft het hart – naar zijn wens – meegesmokkeld naar zijn geboorteland Polen. Het hart is uiteindelijk, in een pot met cognac, bijgezet in een pilaar van de Heilige Kruiskerk in Warschau.

Een opvallend gegeven is dat Chopins hart tijdens de Tweede Wereldoorlog in handen is geweest van de Duitsers. Pas na de oorlog keerde het orgaan terug in de Heilige Kruiskerk, alhoewel niet iedereen er even zeker van is dat het daadwerkelijk Chopins hart is.

In 2014 is het hart door wetenschappers onderzocht. De onderzoekers menen aanwijzingen te hebben gevonden voor de doodsoorzaak: een zeldzame complicatie van TBC. Maar deze aanwijzingen sluiten CF niet uit.

De wetenschappers hebben geen weefsel afgenomen om genetisch onderzoek te doen. Tot nog toe is er geen toestemming voor DNA-onderzoek op het hart, de enige manier om met zekerheid vast te stellen waaraan Chopin is overleden. Helaas zal het mysterie voorlopig niet worden onthuld, want de pot blijft de komende tientallen jaren gesloten.

Bronnen
De broze muze - Creativiteit en ziekte (Fokke e.a.)
The American Journal of Medicine  
www.cysticfibrosisnewstoday.com
www.bbc.com