Genen van bacteriën: invloed op werking antibiotica

Pseudomonas_aeruginosa_200x180.jpg


Onderzoekers hebben genen in bacteriën ontdekt die de ongevoeligheid voor antibiotica (resistentie) versnellen. Door die genen uit te schakelen konden ze in het laboratorium de resistentie tegen medicijnen weer remmen.

Onderzoekers in Oxford, Verenigd Koninkrijk, deden onderzoek met de bacterie Pseudomonas aeruginosa, die ook voorkomt bij mensen met CF. Ze zagen dat de verschillende soorten van deze bacterie niet tegelijkertijd resistentie ontwikkelden tegen het medicijn ceftazidime, een antibioticum.

Het zou kunnen dat sommige soorten van de bacterie beter zijn in resistent worden, een verklaring daarvoor zou een specifiek gen kunnen zijn. De onderzoekers zagen namelijk dat het gen ampR aanwezig was in de bacteriesoorten die snel resistentie ontwikkelden. Toen de onderzoekers het gen ampR gingen remmen, werden de bacteriesoorten niet meer resistent: het medicijn ceftazidime had al de bacteriën al doodgemaakt voordat er resistentie kon optreden. Het gen ampR werd geremd door avibactam (werkzame stof).

De combinatie van het antibioticum ceftazidime met avibactam wordt inmiddels gebruikt als laatste redmiddel wanneer er resistentie is opgetreden tegen meerdere antibiotica. De onderzoekers hebben nu uitgevonden waarom de combinatie van deze twee geneesmiddelen goed werkt bij resistente bacteriën.

Dit bericht is een bewerking van dit nieuwsbericht van een Amerikaanse site. 
Het originele artikel vind je hier.