Mutatieklassen


Wat is er bij CF aan de hand?

Als je met een microscoop naar de luchtwegen kijkt, dan zie je dat die zijn bekleed met cellen. Die cellen zijn een soort fabriek waarin zich duizenden processen continu afspelen. In de kern van de cel zit erfelijk materiaal, DNA. Dat zijn twee lange strengen, waarvan je er een van je vader en een van je moeder krijgt. Daarin zit alles opgeslagen wat ons maakt tot wat we zijn, bijvoorbeeld de kleur van je ogen en ook of je CF krijgt of niet.

afbeelding-bij-mutaties.png

 

In de cel wordt steeds een stukje van het erfelijk materiaal gekopieerd. Het vouwapparaat vouwt er een chloridekanaal van, dat naar de wand van de cel wordt vervoerd. Het gaat eerst langs de controlepost en wordt doorgelaten als het er goed uitziet.. In de celwand Dat zorgt het chloridekanaal voor normaal chloridetransport. Het transport van zout (natrium en chloride) en water in de cel is dan in evenwicht. Er is een mooi laagje slijm in de luchtwegen en dat voert bacteriën af.

Bij Cystic Fibrosis gaat er wat mis. Het chloridekanaal werkt niet en er gaat geen chloride de cel uit. De slijmlaag droogt uit en de trilharen plakken vast tot een dikke pannenkoek. De bacteriën blijven zitten en groeien vervolgens goed bij de lichaamstemperatuur van 37 graden.

Mutatieklassen

Patiënten zijn allemaal verschillend. Dat komt voor een belangrijk deel omdat ze verschillende mutaties hebben die CF veroorzaken. Die mutaties kun je indelen in klassen:

Klasse 1: Er is een probleem met het kopiëren van het erfelijk materiaal. Er gebeurt helemaal niks, dus er ontstaat geen chloridekanaal.

Klasse 2: Het kopiëren gaat goed, maar de vouwmachine doet het niet. Er ontstaat geen chloridekanaal. Dit komt bij mensen met CF in Nederland het meeste voor.

Klasse 3: Het kopiëren en vouwen gaat goed, maar het chloridekanaal wordt niet aangestuurd en werkt dus niet.

Klasse 1 tot en met 3 zijn de mutaties die de ernstigste vorm van Cystic Fibrosis veroorzaken.

Dan is er nog een groep mutaties waarbij patiënten meestal een milder ziekteverloop hebben. Het chloridetransport is niet helemaal weg.

Bij klasse 4 is er een chloridekanaal aanwezig in de celwand, maar het kanaal werkt onvoldoende.

Bij klasse 5 is er te weinig aanmaak van eiwit. Er is een werkend chloridekanaal aanwezig in de celwand maar veel te weinig.

Medicijnen

Het is niet nodig om het chloortransport helemaal te herstellen. Bij herstel naar 30 tot 40 % heeft de patiënt een bijna normale prognose.
De medicijnen die op de markt komen, zijn gericht op verschillende mutaties en zijn niet zomaar uit te wisselen. In het laboratorium worden cellen gekweekt van de verschillende mutaties. Daar worden verschillende stoffen bij gedaan om te kijken of er wat gebeurt. Als een stofje een gunstig effect heeft op de werking van het chloridekanaal, dan wordt het verder onderzocht.

Soort mutatie belangrijk voor nieuwe therapieën

Het wordt steeds belangrijker om te weten welke mutaties iemand met CF heeft. Nieuwe geneesmiddelen die de oorzaak van CF in de cel aanpakken, zijn namelijk gericht op de specifieke mutaties. De mutaties worden ingedeeld in zogenoemde ’klassen’, afhankelijk van wat er precies fout is met het eiwit voor het chloridekanaal. De symptomen van de ziekte en soms ook de ernst en het verloop van CF, worden voor een belangrijk deel bepaald door de aard van de mutaties die een patiënt heeft.

Mutatiebepaling

Weet u niet welke mutatie u heeft? Neem dan contact op met uw behandelend arts. Weet uw arts het ook niet, dan kunt u via hem of haar gratis uw mutaties laten onderzoeken.

Onderzoek mutaties

In uw eigen CF-centrum kunt u wat slijmvlies laten afnemen. Dit gebeurt met een wattenstaafje in de mond. Het slijmvlies wordt opgestuurd naar het CF-centrum in Leuven, waar het wordt onderzocht op CF-mutaties. Uw eigen arts vertelt u welke mutaties zijn gevonden.

Artsen kunnen voor meer informatie de procedure 'CFTR Gene Analysis Project Information' (pdf) bekijken.
Dit project is opgezet door de Europese CF Society.