Mutaties en mutatieklassen


De fout in het DNA die CF veroorzaakt, heet een mutatie. Patiënten zijn allemaal verschillend. Dat komt voor een belangrijk deel omdat ze verschillende mutaties hebben die CF veroorzaken. Die mutaties kun je indelen in klassen:

Klasse 1: Er is een probleem met het kopiëren van het erfelijk materiaal. Er gebeurt helemaal niks, dus er ontstaat geen chloridekanaal.

Klasse 2: Het kopiëren gaat goed, maar de vouwmachine doet het niet. Er ontstaat geen chloridekanaal. Dit komt bij mensen met CF in Nederland het meeste voor.

Klasse 3: Het kopiëren en vouwen gaat goed, maar het chloridekanaal wordt niet aangestuurd en werkt dus niet.

Klasse 1 tot en met 3 zijn de mutaties die de ernstigste vorm van Cystic Fibrosis veroorzaken.

Dan is er nog een groep mutaties waarbij patiënten meestal een milder ziekteverloop hebben. Het chloridetransport is niet helemaal weg.

Bij klasse 4 is er een chloridekanaal aanwezig in de celwand, maar het kanaal werkt onvoldoende.

Bij klasse 5 is er te weinig aanmaak van eiwit. Er is een werkend chloridekanaal aanwezig in de celwand maar veel te weinig.

Soort mutatie belangrijk voor nieuwe therapieën

Het wordt steeds belangrijker om te weten welke mutaties iemand met CF heeft. Nieuwe geneesmiddelen die de oorzaak van CF in de cel aanpakken, zijn namelijk gericht op de specifieke mutaties. De mutaties worden ingedeeld in zogenoemde ’klassen’, afhankelijk van wat er precies fout is met het eiwit voor het chloridekanaal. De symptomen van de ziekte en soms ook de ernst en het verloop van CF, worden voor een belangrijk deel bepaald door de aard van de mutaties die een patiënt heeft.

Medicijnen

Het is niet nodig om het chloortransport helemaal te herstellen. Bij herstel naar 30 tot 40 % heeft de patiënt een bijna normale prognose.
De medicijnen die op de markt komen, zijn gericht op verschillende mutaties en zijn niet zomaar uit te wisselen. In het laboratorium worden cellen gekweekt van de verschillende mutaties. Daar worden verschillende stoffen bij gedaan om te kijken of er wat gebeurt. Als een stofje een gunstig effect heeft op de werking van het chloridekanaal, dan wordt het verder onderzocht.

Mutatiebepaling

Weet u niet welke mutatie u heeft? Neem dan contact op met uw behandelend arts. Weet uw arts het ook niet, dan kunt u via hem of haar gratis uw mutaties laten onderzoeken.

Onderzoek mutaties

In uw eigen CF-centrum kunt u wat slijmvlies laten afnemen. Dit gebeurt met een wattenstaafje in de mond. Het slijmvlies wordt opgestuurd naar het CF-centrum in Leuven, waar het wordt onderzocht op CF-mutaties. Uw eigen arts vertelt u welke mutaties zijn gevonden.

Artsen kunnen voor meer informatie de procedure 'CFTR Gene Analysis Project Information' (pdf) bekijken. 
Dit project is opgezet door de Europese CF Society.